|
In dit blog vindt u geen oplossing, maar een dilemma. Ik waarschuw maar, want ik heb ontdekt dat ik zelf het vooroordeel heb dat ik als schrijver van een boek over spiritueel omgaan met vermoeidheid oplossingen behoor te bieden in mijn blogs en vooral geen twijfels. Dat vooroordeel getrouw ging ik de laatste maanden het onderwerp structuur dus maar keurig uit de weg, met als gevolg dat het zich meer en meer aandient. Ik heb een haat-liefde verhouding met structuur, ben er op een bepaalde manier allergisch voor, maar zou willen dat ik er nu toch meer op kon terugvallen. Is dat vanuit angst voor het onbekende of is het gewoon boerenwijsheid? Wie helpt me zien wat ik met mijn blinde vlekken maar niet kan zien. Of wil zien? Of.. ja, hoe zit het eigenlijk?
Verlammende structuur
Op het hoogtepunt van mijn chronische vermoeidheid - vlak voordat mijn kaartenhuis van zelfbedrog (ik was niet ziek en moest gewoon mijn tanden op elkaar zetten) in elkaar stortte - probeerde ik mijn leven op de rails te houden door structuur. En ik probeerde die structuur aan te brengen met lijstjes. Ik was de hele dag aan het plannen, overal zwierven lijstjes rond. Lijstjes met dagindelingen die het me mogelijk moesten maken om mijn taken toch af te krijgen. Lijstjes met alles wat ik niet mocht vergeten. Lijstjes met criteria waarmee ik kon bepalen welke lijstjes ik als eerste af moest werken. Uiteindelijk was lijstjes maken het enige wat ik nog deed. Ik kwam om in de lijstjes. Letterlijk. En dus lust ik nu geen lijstjes meer. Ik geloof er niet meer in. Zie ze als hopeloze pogingen om het leven onder controle te houden. Toen ik Ben Tiggelaar laatst hoorde vertellen dat hij zweert bij lijstjes, dat hij iedereen aanraadt om niet alleen ‘to do’ lijstjes te maken, maar ook lijstjes van korte en lange termijndoelen en prioriteiten, toen dacht ik nog: het is een fase Ben, daar kom je nog wel op terug. Lijstjes maken, daar denk je aan als je bang bent dat je de controle kwijtraakt. Als je ontspannen bij jezelf blijft, dan heb je die rotdingen niet nodig. Het vervelende is dat ik de laatste tijd zo nu en dan weer het gevoel krijg dat ik niet zonder kan.
Bevrijdende structuur
Toen ik begon aan de behandeling van mijn chronische vermoeidheid op het Radboud ziekenhuis, was beter worden het enige wat ik van mezelf hoefde te doen. En daar had ik alle tijd voor. De behandeling begon met structuur aanbrengen in mijn dag om ervoor te zorgen dat ik genoeg rust kreeg en niet teveel energie verbruikte. Niet alleen de bedtijden werden vastgelegd, maar ook hoe lang ik een boek mocht lezen, een vriendin mocht bellen of een wandeling mocht maken. En: twee keer per dag wandelen was verplicht. Mijn begeleider opperde dat het handig was om een dagindeling te maken. Maar dat heb ik nooit gedaan. Geen lijstjes meer, was mijn verlangen, en in die rustige periode floreerde ik daar enorm bij. Ik hield me aan de regels, maar dat ging als vanzelf, vloeiende overgangen van bezigheid zus naar bezigheid zo zonder dat ik daar op hoefde te sturen. Heerlijk. Er was wel structuur, maar die werd in die rustige periode nooit dwingend, een verademing. Als de regels te verhapstukken zijn, lijken ze je juist ruimte te bieden in plaats van af te pakken. Kaders kunnen het leven weldegelijk gemakkelijker maken.
Verstrikt in hectiek
Het leek zo duidelijk in die tijd van opbouwen, ik dacht helemaal te weten hoe ik met structuur om wilde gaan. Het ging ook een hele tijd goed. Na mijn genezing full-time aan de slag als tekstschrijver, met werkweken van meer dan veertig uur. Fluitend! Das niet niks na vier jaar chronische vermoeidheid en het ging werkelijk ontspannen. Naast het schrijven bleef er tijd voor sport, wandelen, vrienden, nieuwe recepten uitproberen, rommelen in de tuin en dromen over een hond. Ja zelfs voor stiekem over een pup nadenken. Die er ook gekomen is. Maar met zijn komst bereikte mijn zelfregulerende structuuropvatting opeens haar grenzen. Want zijn opvoeding vraagt veel tijd en aandacht, en zijn wervelwindrondjes door de huiskamer leggen pijnlijk mijn minimale inspanningen voor het huishouden bloot. Mijn werkritme ben ik even kwijt, mijn wandelritme ook. Overal slingeren lijstjes rond voor die twee keer per week dat ik naar Nijmegen fiets en dus opeens van alles moet regelen. En die lijstjes, die breiden zich langzaam maar zeker uit. Met huishoudelijke klusjes die er maar niet van komen, met administratieve zaken die ik dreig te vergeten en met leuke schrijfideeën die ik ooit nog wil uitwerken. Ik zie steeds meer zaken op de lange baan terechtkomen en merk dat mijn vertrouwen in dat ik nu precies doe wat ik wil doen, minder diep is dan ik hoopte. Het lijkt misschien een kwestie van te druk, maar dat is het niet. Het is een kwestie van structuur. Ben zou me vast aanraden om prioriteitenlijstjes te maken. Maar dat is nou juist de structuur die ik niet nodig heb. Verstarrende structuur in plaats van ontspannende. Wie o wie ziet waar mijn gedachtegang mank loopt en welke structurerende elementen me nu wel kunnen helpen? Alle tips zijn welkom!
 |
Kun je misschien uitleggen wat je bedoelt met het verdringen van moeten en waar je dat precies in het verhaal proeft? Misschien is het voor jou heel logisch en duidelijk zichtbaar, maar ik heb op dit onderwerp iets meer toelichting nodig.
Ik ben heel benieuwd!
Anne-Christine