Heden ik

Heden ik van Renate Dorrestein was het eerste boek dat ik las over chronische vermoeidheid. Lange tijd heb ik gedacht dat dit niet zo’n goede keuze was, maar nu, in retrospectief, begin ik daarover te twijfelen.

Op dezelfde dag dat mijn huisarts mij doorverwees naar een internist om te kijken of ik mogelijk chronische vermoeidheid (CVS) had, maakte ik een afspraak met een homeopathisch natuurarts. Ik liet me namelijk nog liever zeggen dat mijn darmen dubbel positief gereageerd hadden op de bloedtest en dat mijn bloeddruk zo laag was dat ik eigenlijk ter plekke zou moeten omvallen, dan dat ik wilde horen dat ik chronische vermoeidheid had. Niet dat ik veel van de ziekte wist. Genoeg om er een heleboel vooroordelen over te hebben, dat wel. Ik zag de bui alweer hangen. Het verhaal dat niemand wist waar de klachten vandaan kwamen, dat het aantal patiënten de laatste jaren explosief groeide, heel raar, en dat dokter zus of zo zich afvroeg of het niet tussen de oren zat. Het bekende riedeltje dat ik al van diverse (fysio-)therapeuten had gehoord over mijn lage rugklachten voordat bleek dat ik een hernia had.

Dan liever een streng, maar concreet dieet zonder suiker, gist en zuivel. Helaas hielp het nauwelijks tegen mijn vermoeidheid. De maanden regen zich aaneen en na een half jaar kon ik bij de internist komen. Een serie onderzoeken verder had ik in ieder geval niets gevaarlijks en verwees de man me door naar het Nijmeegs Kenniscentrum voor Chronische Vermoeidheid (NKCV). Weer een wachtlijst van een paar maanden. Nog een kans om beter te worden voor ik daar terecht kon. Ik hield mijn dieet stug vol en probeerde ook andere alternatieve therapieën uit. Niets leek echt te helpen. In maart kon ik op gesprek bij het NKCV. In mei werd ik getest. In juni kreeg ik te horen dat ik volgens de criteria van het kenniscentrum CVS had en dat ik in september met de behandeling kon beginnen. Twee dagen later zag ik Heden ik bij de kringloopwinkel liggen. Het boek kopen was toegeven dat ik aan CVS leed. Kon ik nog anders?

Heden ik is grappig en heel herkenbaar: de emoties die Dorrestein beschrijft, de frustatie, de tocht langs de alternatieve therapeuten. Het boek stelde me niet gerust over de ziekte en de verhalen die erover de ronde doen. Integendeel, de schrijfster maakt wat mee aan vernederende ervaringen. Mijn angst voor wat me boven het hoofd hing, groeide er alleen maar door. Daarbij gaf het happy end me een stevige kater, want Dorrestein schrijft dat ze geneest door hetzelfde dieet dat mij nauwelijks geholpen had. Wat me echter bij het lezen het meest tegenstond, was de zogenaamde zelfspot. Heel effectief om de lachers op je hand te krijgen, maar toch wordt Heden ik er niet lichter door. Want onder die zelfspot voel je de boosheid, de verontwaardiging. Ik zag mijn eigen verontwaardiging, mijn eigen slachtofferschap zo uitvergroot dat het me ging tegenstaan. Dit wilde ik niet, dit zielige gedoe over de onrechtvaardigheid van het bestaan. Eén ding wist ik zeker, als ik zo mijn behandeling bij het NKCV in zou stappen, kon ik er net zo goed niet aan beginnen.

Een jaar later, na een succesvolle behandeling, vraag ik me plotseling af of Heden ik uiteindelijk toch een blessing-in-disguise voor me is geweest. Heeft het boek zo goed mijn neiging tot zelfmedelijden weten te spiegelen en me daarmee zo met mijn neus op mijn blinde vlekken geduwd, dat ik van de weeromstuit voor een andere tactiek heb gekozen? De tactiek van open de realiteit verwelkomen en gewoon doen wat je doen kunt. In dat geval ben ik Renate Dorrestein dankbaar, want die nieuwe tactiek, die werkt een stuk beter.

Reactie (0)Add Comment

Schrijf reactie
kleiner | groter

busy
 

Flashworks | Inloggen