|
Bij het schrijven van mijn boekje heb ik hulp gekregen van een paar vrienden en collega’s die de eerste versie doorlazen en me er feedback op gaven. Een collega vroeg waarom ik toch zoveel mensen citeerde: Thich Nhat Hanh, Tsjang Tse, Brother Pháp Dung, Brandon Bays. Wat hem betreft was dat niet nodig en door al die moeilijke namen las het boekje minder lekker.
Dat laatste vond ik natuurlijk belangrijk om te horen en dus vroeg ik me af waarom ik het deed. Ik realiseerde me dat ik een stukje autoriteit ontleen aan de namen die ik noem. Als beginnend en onbekend auteur kan ik immers zoveel beweren, maar als een groot man als de Dalai Lama het zegt, dan zijn mensen eerder geneigd om erover na te denken, zo heb ik gedacht. Daarnaast hebben de woorden die ik citeer, mij enorm geïnspireerd en lijkt het me niet meer dan logisch dat ik ze letterlijk overneem en de werkelijke inspirator erbij vermeld. Vorige week woonde ik een lezing van managementgoeroe Ben Tiggelaar bij en ontdekte dat ook hij bij alles wat hij bespreekt, zijn bronnen noemt. Daarmee is het kringetje rond, want als hij het doet….
Bens lezing was trouwens een verrassing. Want tot mijn grote verwondering vertelde hij een aantal dingen die ook in mijn boek staan. Hij noemt zijn werk verandermanagement: hoe kun je jezelf of je bedrijf veranderen? In feite gaat mijn boek daar ook over: hoe kun je anders met je vermoeidheid omgaan? Toch had ik niet zoveel overlap verwacht en ergens ben ik er best trots op. Ik heb Tiggelaar weliswaar niet geciteerd in mijn boek, maar nu, achteraf, kan ik zeggen: Ben Tiggelaar zegt het ook.
Het mooiste van alles wat hij zei, vond ik wel deze: ‘een crisis is een uitnodiging om jezelf opnieuw uit te vinden’. Ook heel herkenbaar waren: ‘Onderzoek wijst uit dat je van bewegen alerter, vrolijker èn intelligenter wordt. Dat dankbaarheid je gelukkiger stemt. En dat geluk niet bepaald wordt door de omstandigheden, maar door wat je iedere dag doet.’ De bekende Amerikaanse onderzoekster die hij citeerde, Sonja Lyubomirsky, noemde het zelf allemaal open deuren. Niet erg, zei Tiggelaar, want als die open deuren je raken, als succesverhalen je raken, dan kun je daar wat mee. Dan heb je twee weken de tijd om zo’n succes zelf te herhalen. Wacht je langer, dan raak je het moment weer kwijt. Twee weken is kort, maar als je precies in die periode iets belangrijks doet, kun je een nieuwe weg inslaan, alleen door het lezen of horen van iets wat in je resoneerde. Bij mij heeft het zo echt gewerkt, daarom hoop ik dat iets in mijn boekje, een mooi citaat misschien, veel mensen mag raken.
‘Leven’, zei Tiggelaar ook nog, ‘is balanceren tussen de vreugde van er zijn en de angst voor de dood.’ Prachtig vind ik dat, maar daarna volgde iets waar ik het niet helemaal mee eens was. Hij sprak over een model met zeven hoofdemoties waaronder angst, verdriet, pijn en plezier. Negatieve emoties zouden de doodsangst in ons activeren en positieve emoties onze levensvreugde. Helaas kennen wij meer negatieve emoties en daarom zou onze doodsangst een grotere rol in ons leven spelen dan vreugde. Dat hoeft volgens mij niet. Ik denk dat onze doodsangst meer aan het oppervlak van ons gevoel aanwezig is en dat het daarom lijkt alsof die belangrijker is. Zakken we echter dieper in onszelf, dan ontdekken we daar een levensvreugde die zijn weerga niet kent. Zakken kun je leren. En geloof me, dat is de moeite waard.
Nog één citaat wil ik noemen. Dit keer van psychologe Roos Vonk. Ik lees haar columns (http://www.roosvonk.nl/columns.html) altijd met veel plezier en haar nieuwste heet: ‘Eerst doen, dan geloven.’ Ze roept ons op te glimlachen omdat we ons daardoor gelukkiger gaan voelen. Wat een open deur en wat heerlijk dat het zo werkt!
 |