Kan jezelf wegcijferen een bevrijding zijn?
Ik heb een katholieke opvoeding gekregen, ben misdienaar geweest, bad rozenkransen. En toen ik klein was heb ik ook vaak de boodschap gekregen dat het goed was om jezelf weg te cijferen, om ‘offertjes te doen’. En ik las jeugdboeken, waarin mensen vlekken op hun ziel probeerden weg te werken. Hiertegen heb ik me later, al op de middelbare school en vooral tijdens mijn studie, sterk afgezet. Op formulieren vulde ik ‘plus minus humanist’ in. Ik ontdekte het Boeddhisme. En nog later vond ik mijn goeroe in Eknath Easwaran (1910-1999), Hindoe, maar eigenlijk universeel mysticus.
Dankzij Sri Easwaran leerde ik zien dat alle grote religies en wereldbeschouwingen een mystieke richting hebben met exact dezelfde boodschap. En in zijn boeken laat hij mystici uit al deze stromingen aan het woord. Ze zeggen hetzelfde. Een voorbeeld: There is no greater trouble for thee than thine own self, for when thou art occupied with thyself, thou remainest away from God. – Abu Sa’id
Of: Thou must be emptied of that wherewith thou art full, that thou mayest be filled with that whereof thou art empty. – Saint Augustine
Nu ik anders tegen het geloof van mijn jeugd aan kan kijken, wordt het misschien ook mogelijk om te bezien of ‘jezelf weg cijferen’ toch iets moois kan zijn. En hoe dan? In bovenstaande twee citaten heb ik de richting al een beetje aangegeven. De vraag is: wat moet je opofferen, wat moet je wegcijferen. Jezelf. Maar welk zelf? Niet je Hogere Zelf, dat is onaantastbaar, dat draag je altijd met je mee, dat is de Goddelijke Vonk, je kompas. Dat is er altijd, hoewel soms overwoekerd door allerlei dingen die ons afleiden.
We hebben natuurlijk ook tal van ‘kleinere’ zelven, ons ego, onze verzameling conditioneringen, reeksen (aangeleerde) voorkeuren en afkeren, ons kleine en grote wensen, verlangens en behoeften, onze verkrampingen, onze verslavingen. Enerzijds moeten we niet te hard zijn voor onszelf, en mogen we alle stemmen en energieën in onszelf een plek geven en onder ogen zien. Schaduwen in onszelf die we verdringen komen immers als spoken terug.
Anderzijds als er gesnoeid moet worden, dan is dit wel een goede plek. Eerst maar een duidelijk voorbeeld, waarmee iedereen in kan stemmen. Stel ik ben verslaafd aan roken. Dan kan ik zeggen: we hebben allemaal zo onze zwakheden. Ik kan echter beter beginnen met te stoppen binnenshuis te roken. Zo voorkom ik in elk geval fysieke schade bij mijn partner en kinderen. Hier zal iedereen mee instemmen. Maar zou niet iets soortgelijks kunnen gelden voor mijn veel te dure hobby’s. Waarom zou ik investeren in peperdure modeltreintjes en niet liever gaan voor en kampeervakantie met mijn gezin? Voor de TV blijven hangen of een wandeling met mijn partner? Taken thuis eerlijk delen of surfen op internet?
De grap, of misschien het Geheim, is dat je wanneer het goed is, wanneer het echt met je spirituele ontwikkeling t maken heeft, het offer uiteindelijk geen offer geweest blijkt te zijn, maar een bevrijding, of verlossing. Je verliest je (kleine) zelf in iets groters. Dat kun je al merken wanneer je compleet opgaat in de prachtige muziek waar je naar luistert, of de roman waarin je verdiept bent. Even is er geen ruimte voor het piekeren of dagdromen waar we zo vaak mee bezig zijn.
Ook een negatief voorbeeld kan iets verhelderen. Zeer onlangs had ik last van hyperventilatie. Dan ben je je volkomen bewust van je kleine zelf, je angst, je paniek, je kwetsbaarheid, je ademnood. Af en toe kon ik ‘mezelf even vergeten’ in die periode. Dat waren de beste momenten, topervaringen.
Een ander veel positiever voorbeeld is een ‘Flow’ ervaring. Je doet iets waar je talen voor hebt, het vraagt al je aandacht, het daagt je uit, je voelt je gelukkig, en tegelijkertijd ben je je niet zo ‘bewust van jezelf’. Het kan dan gaan om zeer uiteenlopende ervaringen: een sportprestatie, een partijtje schaak, voorlezen aan je kind, intiem zijn met je partner.
Hoe zouden we dit kunnen oefenen? “Nergens zijn zoveel mogelijkheden om je spiritueel te ontwikkelen als in het reilen en zeilen van alledaagse relaties. Dit komt heel mooi naar voren in een verhaal over Sint Franciscus. Drie jonge mannen waren naar hem toegekomen om hem zijn zegen te vragen. Ze wilden kluizenaars worden, elk in een eigen grot –diep in de bergen van Umbrië. Franciscus glimlachte. Hij droeg ze op om inderdaad kluizenaar te worden, maar met zijn allen in één hut. Eén zou de rol van vader op zich moeten nemen, de tweede zou zich als moeder moeten zien en de derde zou hun kind zijn. Om de paar maanden zouden ze van rol moeten wisselen. En zo zouden ze in perfecte harmonie samen moeten leven, altijd met het belang van de ander in gedachten.”
Eknath Easwaran, aan wie ik dit verhaal ontleen, heeft er het volgende commentaar bij: “Je kunt de kluizenaars-in-spe bijna veelbetekenend naar elkaar zien kijken. Hun leraar bood ze eigenlijk een veel grotere uitdaging dan zij zelf in gedachten hadden gehad. Niettemin voerden ze de opdracht van Sint Franciscus uit, en kwamen tot de ontdekking dat relaties tussen mensen bij uitstek geschikt zijn om onze lastige kanten bij te veilen en tot de meest zuivere kern in onszelf te komen. Dus als we ons spiritueel willen ontwikkelen, kunnen we op elk moment beginnen in het gezelschap van wie ons het meest nabij zijn.”
Je zou bijna zeggen: als ‘het gezin’ niet bestond, zou het uitgevonden moeten worden –ten behoeve van onze spirituele ontwikkeling: wakker worden doen we voor onze kinderen –en zij helpen ons daarbij.
Er is een ‘fundamentele verwevenheid’ tussen hoe je zelf opgevoed bent, en hoe je start met de opvoeding (of omgang) met je eigen kind(eren). Ook als je je tegen je ouders afzet. Daarom is het belangrijk om inzicht te hebben in je eigen opvoeding. Hoe kan ik een goede opvoeder worden, vroeg men Freud; door in psycho-analyse te gaan, was zijn antwoord. Opvoeder: ken jezelf, is wat algemener. Dit is meer dan cognitief, rationeel of verstandelijk. En ook dieper dan het gevoelsleven, emoties, affecten, etc. Dit zijn wezenlijke eerste stappen, maar uiteindelijk gaat het om jezelf leren kennen als de stille ruimte waarin dit alles zich toont.
Daar kun je komen wanneer je je oude ballast als ballast gaat zien, transparant maakt, hoe meer je kwijt raakt, hoe leger je wordt, des te meer ruimte voor God: Vacare Deo staat er bij de ingang van de St. Adelbertabdij van de Benedictijner Monniken in Egmond.
Zo opgevat kan ‘jezelf wegcijferen’ dus een bevrijding zijn. Het is wel heel belangrijk om je te realiseren dat je dit zelf moet doen. Je kunt het niet iemand anders voorschrijven, of als (leef)regel oplegen. Voor ouders is dus de les: schrijf het niet voor, maar ‘leef het voor’.
Eknath Easwaran, Words to Live by, Nilgiri Press, 2009. Vincent Duindam, Spiritualiteit werkt in de opvoeding
 |